Geen categorie

Zomaar een dag…(16-11-2013)

Het is maandagochtend acht uur wanneer de telefoon gaat. Ik schrik ervan en denk meteen: ’Het logeerhuis van Jacco! Er is iets mis!’ Inderdaad heb ik iemand van het logeerhuis aan de telefoon. Jacco heeft een slechte nacht gehad met twee zware epileptische aanvallen. Beide aanvallen hebben ze moeten stoppen met noodmedicatie. Verder heeft hij nog een aantal kleinere aanvallen gehad zonder dat er noodmedicatie nodig was. Ze belt om te overleggen of ze Jacco naar school moet brengen of moet laten liggen in bed. Tja… wat moet ik dáár nu op antwoorden?

Ik kan Jacco nu echt niet ophalen en bovendien is de kans groot dat hij opknapt en gewoon naar school kan gaan. Dus antwoord ik: ’Breng hem maar naar school en ik heb wel even contact met de leerkracht.’

Om negen uur gaat de telefoon, weer schrik ik. Het is de leerkracht van Jacco. Ze vertelt dat Jacco opnieuw een zware epileptische aanval heeft gehad en dat de verpleging weer noodmedicatie heeft moeten toedienen… Ik voel mijn maag samentrekken, arm kind… We spreken af dat we over een uur weer contact hebben. Dat geeft mij tijd om te ontbijten, Hanna haar fruitje geven, de wasmachine aan te zetten voor een kort wasje en het logeerhuis te bellen om te vragen wat er precies gebeurd is.

Wanneer ik even later alles op een rijtje heb, denk ik verdrietig: ‘Hij heeft wel heel veel noodmedicatie gehad! Arm kind.’ Natuurlijk ga ik hem ophalen, maar ik moet daarvoor wel het nodige regelen voor Ruben. Zo moet hij om 12.00 van school gehaald worden en bovendien heeft hij ’s middags vrij! Ik sta er dus alleen voor met drie kinderen!

Snel pak ik de klassenlijst met telefoonnummers en probeer voor Ruben wat te regelen. Na vijf telefoontjes heb ik nog geen moeder aan de telefoon gehad. Enigszins gefrustreerd denk ik: ‘Waarom moeten al die moeders ook werken!’ Maar meteen schaam ik mij voor die gedachte. Dan besluit ik de juf van Ruben maar te bellen met de mededeling dat ik Ruben eerder van school kom ophalen. Tja, ik blijf niet aan het rijden met een zwaar epileptisch kind! Gelukkig begrijpt ze de situatie en biedt zij aan om een moeder te vragen die Ruben naar huis wil brengen!

Wanneer ik op school aankom ligt Jacco in een bed omringd door twee verpleegkundigen en een klasse assistent. Zodra hij mij ziet gaat hij rechtop zitten en zegt met een zielig stemmetje: ’Mamma, mag ik naar huis?’ Daarna zwaait hij naar de verpleegkundigen, zegt dà-ag  en wil opstaan. Een verpleegkundige zegt met een brok in haar keel: ‘Zo levendig hebben wij hem nog niet gezien, maar tegen mamma kunnen wij ook niet op!’ Opeens voel ik tranen over mijn wangen lopen, snel veeg ik ze weg. Samen zetten we Jacco in de buggy en lopen naar mijn auto.

Met een zwaar hart rijd ik naar huis. Ik besluit de auto te parkeren op de parkeerplek welke voor ons huis is, ook al is deze niet van ons. Gelukkig is de plek ernaast ook leeg, want een heel lieve buurvrouw wilde bij het horen van onze parkeerproblemen graag ruilen met parkeerplek. Op onze toegewezen parkeerplek had ik Jacco echt niet fatsoenlijk uit de auto kunnen krijgen.

Omdat Jacco niet meewerkt en niet te tillen is, besluit ik zijn speciale eettafelstoel met wieltjes te halen om hem zo naar binnen te rijden. Even denk ik nog: ’Eigenlijk zou dit gefilmd moeten worden, zodat te zien is dat wij echt een invalideparkeerplaats nodig hebben.’

Op de bank valt Jacco in slaap en kan ik even op adem komen…

Gelukkig blijft de epilepsie rustig en knapt Jacco snel op. Voordat ik er erg in heb staat hij op en loopt met een dronkenmansloop naar zijn logeertas. ‘Mamma, ik heb een mooie pet gekregen’. Tot mijn verbazing haalt hij inderdaad een voetbalpet uit zijn tas!

Met glimlach denk ik: ‘Laat het WK voetbal maar beginnen, Jacco is er klaar voor!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.