Geen categorie

Plons! (11-06-2014)

Een eigen variatie op het verhaal van Floddertje van Annie M.G. Schmidt

Er was eens een jongetje die Jacco heette. Omdat hij epilepsie had, droeg hij altijd een blauwe valhelm. Ondanks de epilepsie kon Jacco best fietsen, vond hij zelf! Ach, hij fietste niet altijd even recht en het remmen lukte ook niet altijd even goed… Het sturen ging echter best goed, mits er geen tegenliggers aan kwamen én de weg breed genoeg was.

Op een dag zei de moeder van Jacco: ‘Het is zulk mooi weer, laten we een stuk gaan fietsen.’ Vader bromde een beetje, maar uiteindelijk pakte hij zijn fiets, greep Jacco bij de schouders en fietste weg. De moeder van Jacco fietste achter hen aan met zijn zusje Hanna voorop de fiets. Het broertje Ruben fietste netjes naast haar. Het zonnetje scheen, de vogeltjes floten, geen vuiltje aan de lucht…

Na een tijdje fietsten ze over een stil landweggetje met aan weerskanten prachtige boerderijen en kleine slootjes. Deze slootjes waren verscholen achter mooie bloemen, struiken en hoge brandnetels.

Terwijl de moeder aan het genieten was van de landelijke rust en ruimte, riep de vader van Jacco opeens: ‘Jacco recht fietsen!’ waarna hij hem weer stevig bij zijn nek vast pakte. Jacco was echter een eigenwijs jongetje dat dacht dat hij supergoed kon fietsen. Wat kon hem nu gebeuren!?

Hij begon echter te slingeren…. slingerde nog meer…. verloor de controle over zijn fiets en… fietste pardoes de sloot in! Moeder gilde het uit: ‘HELP, RED HEM!‘ Ruben zette het op een brullen en kleine Hanna voelde aan dat er iets vreselijks was gebeurd.

Vader stopte meteen, zette snel zijn fiets aan de kant en mompelde iets van de Sjaak zijn. Moeder deed echter net of zij dit niet begreep. Vader sprong in de sloot en sleurde die arme Jacco op het droge. Daar stond die arme Jacco dan, druipend van de zwarte, stinkende modder. Beteuterd keek hij toe hoe vader zijn mooie, stoere fiets uit de zwarte modder trok.

Zijn vader was heel boos. Zijn moeder was enorm geschrokken, maar zei toen proestend van het lachen: ‘Stap maar weer op je fiets, dan gaan we snel naar huis.’ En dat deed Jacco toen maar.

Thuis gekomen zag vader de tuinslang. Hij wreef in zijn handen en zei met een vreemde blik in zijn ogen: ‘Laat mij dit vieze varkentje maar eens flink de oren wassen!’ Na veel gespetter en gelach, zei hij opeens tegen Ruben: ‘Wil jij ook?’ Waarbij hij van de tuinslang richting Jacco keek. Ruben liet zich dit natuurlijk geen tweede keer zeggen. Gretig pakte hij de tuinslang van vader over.  En zo kreeg die arme Jacco voor de tweede keer de volle laag!

Toen riep moeder: ‘Zo is het genoeg geweest,’ en ze zette de kraan uit.

Ze pakte de natte Jacco voorzichtig beet en bracht hem resoluut naar boven. Daar zette ze hem lekker onder de warme douche. Ze pakte extra sterke zeep, want met gewone zeep kreeg ze de zwarte modder er niet van af!’

Na flink schrobben en boenen was Jacco weer helemaal schoon. Maar toen moeder Jacco even later naar het logeerhuis bracht, dachten ze daar vast en zeker: ‘Hoe kan het toch dat zo’n keurig jongetje zo’n vieze moeder heeft!’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.