Geen categorie

De sumoworstelaar en de prinses met ballen (16-12-2015)

 En toen brak eindelijk de dag aan dat Jacco verlost werd van dat ellendige gips om zijn arm! Hoewel híj er zelf geen enkel probleem mee had, waren wij er hélemáál klaar mee. Het aan- en uitkleden van Jacco-met-een-gipsarm was een ware beproeving geweest. Ook het douchen van hem was een enorm ‘geklooi’ met een plastic zak om maar te voorkomen dat het gips nat zou worden. Kortom deze derde gipsarm heeft veel stress opgeleverd. Bij mij dan, wel te verstaan, niet bij Jacco. Het is eigenlijk heel bijzonder om merken dat Jacco de dingen neemt zoals ze zijn, zonder te mopperen! En zo blijkt ook nu weer dat elk nadeel toch ook weer zijn voordeel heeft…

Omdat ik mij erg zorg maakte om de kwaliteit van Jacco’s botten, heb ik een gesprek gevraagd met de orthopeed. Hij voelde aan Jacco’s botten en keek naar de röntgenfoto’s van Jacco’s armen en zei: ‘U hoeft zich nergens zorgen over te maken. De breuken die Jacco heeft gehad passen bij de valpartijen die hij heeft gemaakt. Het zijn typische kinderbreukjes, niet iets om je zorgen over te maken.’ Met grote ogen vol ongeloof keek ik hem aan. Dit nieuws had ik namelijk niet verwacht. Na al mijn eigen onderzoek was ik er van overtuigd geraakt dat Jacco botontkalking zou hebben. Op internet kwam ik namelijk een onderzoek tegen waarin verband wordt gelegd tussen het langdurig slikken van anti-epileptica en osteoporose.

De orthopeed luisterde geduldig naar mijn relaas en zei: ‘Wanneer Jacco last zou hebben van botontkalking zou hij bij een kleine por al iets moeten breken.’ Waarbij hij Jacco demonstratief met een vinger een klein porretje gaf. ‘Kijk, bij botontkalking zou zijn arm nu al gebroken zijn. Dus eigenlijk heeft Jacco geluk gehad, want hij heeft bij elke val alleen maar hele kleine scheurtjes van enkele millimeters opgelopen!’ Na deze kleine demonstratie begon langzaam maar zeker het spreekwoordelijke kwartje te vallen dat Jacco dus gewoon gezonde botten heeft. Aarzelend zei ik nog: ’Dus hij heeft drie keer ontzettend pech gehad?’ Waarop de orthopeed antwoordde: ‘Of juist geluk. Hij had ook bij elke val een door-en- door breuk kunnen oplopen’. Terwijl ik aan het idee begon te wennen van een ‘geluk hebbende’ Jacco, was de geluksvogel zelf aan de wandel gegaan. Hij vroeg aan iedereen die hij tegen kwam: ‘Hoe heet jij? Ik heet Jacco.’ Waarbij hij trots zijn ‘kale’ arm liet zien. ‘Jacco hoeft nu geen gips meer.’

Thuis aangekomen zette ik het goede nieuws meteen maar op de familie-app. Zo’n handig middel om in één keer veel mensen te bereiken! Meteen kwam er al een reactie: ‘Fijn om te horen, moet hij voortaan maar op een springkussen lopen, dan valt hij tenminste zacht!’ Waarna ik weer terug appte: ‘Ik dacht meer aan het dragen van een Spidermanpak met kussentjes erin genaaid als spierballen en six-pack!’ Op het moment dat ik dit hardop typte, keek ik in een heel serieus snoetje van een schattig driejarig meisje dat zei: ‘Een prinsssèsss heeft ook ballen. Ja.’ Toen er in de familieapp ook nog eens het voorstel binnen kwam om Jacco maar in een sumopak te laten lopen voor zijn eigen veiligheid, kreeg ik spontaan de slappe lach: Jacco als sumoworstelaar naast een prinses met ballen.

Het moet toch niet gekker worden!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.