Geen categorie

Een plek voor kinderen met een beperking in de kerk?!  (16-07-2016)

Een zondagochtend zoals altijd. Jaap heeft videodienst en vertrekt iets eerder naar de kerk. Wanneer ik met Jacco aankom zit de tiener die Jacco begeleidt tijdens de kindernevendienst al op ons te wachten. Jacco reageert enthousiast bij het zien van de tiener en duikt meteen naast hem de kerkbank in. Omdat Jacco onrustig en onvoorspelbaar is, zitten wij altijd vlakbij de uitgang. Bovendien ligt de epilepsie altijd op de loer en kan onverwachts toeslaan. Dan willen wij natuurlijk zo snel mogelijk naar huis kunnen gaan.

Terwijl de dominee de mededelingen voorleest vraagt Jacco op zijn gewone luidruchtige manier: ’Waar is pappa?’ Snel zeg ik dat pappa beneden zit bij de video. Dit past echter niet in Jacco’s plaatje. Pappa moet namelijk naast hem zitten. Hij vraagt dus weer: ‘Maar waar is pappa dan?’ Zijn harde stem galmt door de hele kerk,  waardoor ik het Spaans benauwd krijg. Snel probeer ik hem af te leiden door te wijzen op de band voorin de kerk. Meestal vindt hij de muziekinstrumenten super interessant. Hij heeft nu echter geen interesse in de muziekgroep en is gefocust op zijn vader wat hij luid en duidelijk laat horen. Ik voel het zweet over mijn rug lopen en mijn schaamtegevoel groeit met de minuut. Ervaring heeft ons geleerd dat hij dit herhalen heel lang kan volhouden en ik ben naarstig op zoek naar de uitgang van de kerkzaal. Helaas zitten wij dit keer midden in de rij,  waardoor wij niet gemakkelijk weg kunnen lopen. Bovendien zou Jacco het dan op een gillen zetten en dit zou nog meer overlast bezorgen. Daarom probeer ik hem af te leiden door hem een snoepje te geven en wanneer hij echt te hard praat, houd ik mijn hand voor zijn mond. Nadat de mededingen zijn voorgelezen zet de band een lied in. Opgelucht dat ik de situatie toch nog enigszins in de hand heb weten te houden, besluit ik om samen met de tiener alvast naar de ruimte van de kindernevendienst te gaan.

Jacco gaat rustig naast de tiener aan tafel zitten en ondertussen pak ik wat knutselspullen uit de kast. Al snel zijn ze lekker aan het knutselen. Ik wenk de tiener dat ik weer terug ga naar de kerkzaal en hij knikt dat het goed is. Toch kan ik het niet laten om nog even door het raam te blijven kijken. Met gemengde gevoelens kijk ik naar mijn oudste zoon van 11 jaar. Hij is zo heerlijk bezig met de tiener die eigenlijk maar een paar jaar ouder is dan hij. Ik blijf het bijzonder vinden dat de tieners zo geduldig en lief zijn voor hem. Wij geven hen best veel verantwoordelijkheid, maar ze kunnen het prima aan. Daarnaast leren zij ook nog eens ontzettend veel, want Jacco is en blijft onvoorspelbaar. Eén van hen heeft eens gezegd: ‘Ik leer zo veel van Jacco, want je moet echt zo geduldig zijn.’ Een andere heeft met een twinkeling in zijn ogen gezegd: ‘Hij heeft een prettige gedragsstoornis.’ waarna hij gemoedelijk zijn arm om Jacco heen sloeg.

Maar toch had ik het zo graag anders gewild en dat maakt mij heel verdrietig. Soms denk ik wel eens: ‘Hoe lang houden wij het nog vol om Jacco mee te nemen naar de kerk?, vooral wanneer hij zoals vanmorgen heel onrustig is en wij dus eerder de kerkzaal verlaten. Natuurlijk voel ik mij bekeken en soms schaam ik mij ook voor zijn gedrag. Ik begrijp best dat zijn gedrag voor andere gemeenteleden storend kan zijn, maar ik kan er niets aan doen en hij kan er ook niets aan doen. Ik hoop dat wanneer mensen ‘last’ van hem hebben, ze naar mij toe komen en in gesprek gaan met mij. Dan kan ik zijn gedrag uitleggen en vertellen dat hij zo graag naar de kerk wil. Hij vraagt zelfs meerdere keren in de week: ‘Mamma, gaan wij vandaag weer naar de kerk?’ Wanneer ik dan zeg dat het nog twee nachtjes duurt, zegt hij enthousiast: ‘ Echt waar mamma? Gaan wij over twee nachtjes weer naar de kerk?’

Ik denk dat er in elke gemeente kinderen zoals Jacco zitten en deze ouders misschien wel dezelfde zorgen en verdriet hebben zoals Jaap en ik dat hebben. Maar wij willen onze kinderen ook bij Jezus brengen. Jezus zegt immers zelf: ‘Laat de kinderen tot mij komen en verhindert ze niet.’ Ik weet zeker dat Jezus juist onze kinderen, die nét even anders reageren, eruit pikt en zegt: ’Kom maar bij Mij. Jij bent Mijn kind.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.