Geen categorie

De ander-halve-meter-maatschappij

De ‘ander-halve-meter-maatschappij’.  Ik kan er maar niet aan wennen. Eigenlijk word ik er heel verdrietig van. Ik begrijp deze maatregel met mijn verstand, maar mijn gevoel wil hierin niet mee.  Ondanks dat, zou het mij misschien best lukken om anderhalve meter van andere mensen vandaan te blijven. Maar kunnen we dit ook van kinderen verwachten?

Ik geef les aan kleuters. Hoe leer ik kleuters om anderhalve meter van elkaar vandaan te blijven? Kleuters niezen in het rond, hoesten in het wilde weg, snotteren zonder een zakdoek te gebruiken, hebben soms plasongelukjes en vergeten na het plassen hun handen te wassen. Kortom een kleuterklas is nou niet bepaald het schoonste lokaal van de school….

Ik geef toe dat ik bang ben om ziek te worden. Want ik kan Jaap, Hanna en Ruben weer besmetten en dan gaan mijn gedachten als vanzelf richting Jacco. Ik heb hem nu al vijf weken niet gezien. De deuren van de instelling waar hij woont zijn dicht. Alleen de medewerkers mogen naar binnen. Een goede zaak, want ik moet er niet aan denken dat het coronavirus daar naar binnen dringt en dat hij ziek wordt…

Maar hoelang blijven deze regels gelden? Totdat er een vaccin is? Dat duurt volgens zeggen nog máánden! Vijf lange weken heb ik Jacco alleen via facetime gezien. Niet aangeraakt, geknuffeld of gewoon leuke dingen met hem gedaan. Ik mis hem ontzettend! En hij mist ons heel erg! Hij wil ons zien en knuffelen. Kortom: hij wil naar huis. Logisch, maar het kan niet en het wordt steeds moeilijker om hem dat uit te leggen.

Mijn gedachten gaan naar de ‘ander-halve-meter-maatschappij’, de samenleving na Covid19. Moet ik straks anderhalve meter van Jacco vandaan blijven? Dat kan niet. Jacco kent geen maat, laat staan een ‘ander-halve-meter-maat’. Hij komt altijd nét iets te dicht in iemands comfortzone. Dat doet hij niet expres. Hij heeft er gewoon geen erg in. De ‘ander-halve-meter-maatschappij’ past niet in zijn wereldbeeld! Maar ook niet binnen zijn leefwereld. Wanneer hij epileptische aanvallen heeft, moet je hem helpen met alle dagelijkse dingen: met eten, met aankleden, tandenpoetsen, met de toiletgang, medicijnen geven, met…  noem maar op! Hoe je het ook wendt of keert; je zit altijd binnen zijn anderhalve meter.

Maar als hij een goede dag heeft, trekken we er lekker op uit!  Op zaterdag gaan we altijd naar de markt. Hij geniet enorm van de drukte op de markt. De verkopers van de groentekraam kennen hem bij naam: ‘Ha grote vriend, ben je er weer. Hier heb je een banaan. Ook eentje voor je broer en zus!’ Jacco lacht van oor tot oor en met zijn banaan in de hand loopt als een zwaan kleef-aan achter de groenteman aan. Maar ook de visboer kent hem bij name: ’He, ben je er weer! Kijk, hier heb je alvast wat kibbeling. Pas op hoor het is nog heet!’ Bij de kaasboer scharrelt hij een plakje kaas en bij ’t Stoepje weet hij ook altijd wel wat lekkers te krijgen. Tja, Jacco is wereldberoemd in ons dorp!

Maar kunnen we in de ‘ander-halve-meter-maatschappij’ nog wel met Jacco naar de markt? Eerlijk gezegd weet ik het niet… Want soms praat hij zo enthousiast dat hij erbij spettert. Oei. Alarmbellen. Ook wil hij nog wel eens kwijlen als het qua epilepsie onrustig is in zijn hoofd. Oei. Dubbel alarm. Ik zeg dan gekscherend: ‘Jacco je bent net een lekkende kraan!’

Nog een stap verder: Kunnen wij met Jacco überhaupt nog wel ergens naar toe? Ik durf zelf bijna niet meer te hoesten in het openbaar. Zou ik het nog wel aandurven om met een spetterde en lekkende Jacco in het openbaar te verschijnen…?  Maar goed, stel dat ik hem niet uit het oog verlies, stel dat ik hem zachtjes dwing om buiten de anderhalve meter van mensen te blijven en stel dat ik altijd een lading zakdoekjes bij mij heb?  Stel dat dat allemaal zou lukken, hoe zullen mensen reageren op hem? Kan ik de misschien afwijzende ‘blikken’ van mensen op mijn kind aan?

Jaap zei heel rationeel: ’Dan moeten we Jacco leren dat hij een mondkapje om moet doen wanneer we ergens naar toe gaan!’  Ach, hij heeft al een helm op, moet hij dan ook nog een mondkapje om? Maar ja, als ik het nou eens omdraai: ‘Ik moet er niet aan denken dat hij het Coronavirus oploopt…’

De ‘ander-halve-meter-maatschappij’ wordt het nieuwe normaal. Maar wat als je kind buiten het (nieuwe) normale valt? In wat voor maatschappij moet hij dan leven?

2 reacties

Laat een reactie achter op Eelco Poelarends Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.